Archivaria

Jos Gommans: in de rubriek ArchiVaria zal ik ieder jaar kort aandacht schenken aan de geschiedenis van ons kasteel in bekende en minder bekende werken, in gepubliceerde en ongepubliceerde vorm, verborgen in bibliotheken en archieven, op zolders en in kelders; kortom ik zal schrijven over alles, iedereen en overal, als het maar betrekking heeft op de historie van het kasteel Asten. Deze eerste bijdrage zal enkele recente publicaties over, in en rond Asten onder de loep nemen. In de komende nummers zal ik dieper graven en beloof ik u smeuïge oude primeurs en vergeten onthullingen.

Het lijkt wel of er over de geschiedenis van de Peel iedere maand wel iets verschijnt. Zo denkt men in de ene zichzelf respecterende gemeente dat men zoveel eeuwen oud is, zo kunnen ook de anderen niet in de vaart der Peeldorpen achterblijven. Dit betekent onder meer een explosieve toename van nieuwe heemkundige publicaties, vaak in opdracht van, en gesubsidieerd door, een gemeente hier en een lokaal bedrijf daar.

Een van de eerste “ontdekkers” van de Peel, was de Deurnese journalist en schrijver Hendrik Ouwerling (1861-1932). Was de Peel voor de meeste mensen aan het begin van de vorige eeuw nog een door God vergeten, onherbergzame en troosteloze vlakte, Ouwerling herkende reeds vroeg de charme van dit gebied met zijn eindeloze moerassen en heidevelden.

Wie zich wil bezighouden met de geschiedenis van Asten zal vroeg of laat op zijn weg een tweetal ongepubliceerde verzamelwerken tegenkomen die hem daarbij behulpzaam kunnen zijn, namelijk die van Frits Slaats en van Van Hövell tot Westerflier.

In de vroege morgen van 23 november 1720 overleed de laatste telg uit de Astense tak van de familie Van Doerne. Het was echter niet de 38-jarige Anna Wilhelmina van Doerne die die dag in haar kraambed overleed, maar de naamloze baby, gered uit haar schoot, die haar een korte tijd (een paar seconden?) zou hebben overleefd.

Rare jongens die kasteelheren! Dat is de strekking van wat je vaak in Asten en Heusden hoort als het gaat over de betrekkelijk allochtone bewoners van “die commune”. Ook al trokken een aantal jaren geleden drie min of meer autochtone gezinnen in op het kasteel, de uitheemse associatie van het kasteel zal voorlopig nog wel blijven bestaan.

Zoals vorig jaar beloofd, vervolgen we in deze Archivaria het spoor van de beroemdste heer, tevens bouwheer van kasteel Asten: Bernard van Merode. Misschien kunnen we wel iets leren over de complexe Astense bouwgeschiedenis als we eens op zoek gaan naar zijn familiebezittingen in België en Duitsland. We weten dat Bernard zich tevens Heer van Grambais noemde. Grambais is een plaatsje ten zuiden van Brussel.

Afgelopen jaar kwam de Stichting via een gift in het bezit van een olieverfschilderij van Kasteel Asten. De schilder is Willem Cornelis Rip (1856- 1922), een niet onverdienstelijk schilder uit de Haagse School. Aan het begin van de twintigste eeuw maakte deze Rotterdammer meedere studies van het kasteel: naast een paar olieverfschilderijen, waarschijnlijk ook tekeningen en aquarellen.

Wie kent het niet: het boek Heks en Seks in Nederland, geschreven door de E.J.Th.A.M. van Emstede, streekarchivaris te Deurne? De argeloze bezoeker van het antiquariaat zal het menigmaal verlekkerd uit de kast getrokken hebben om vervolgens toch wat peteuterd te moeten constateren dat het werk noch over seks noch over Nederland handelt. Wat is het dan wel?

Sluit Menu